Naar aanleiding van de recent gepubliceerde WOREL-richtlijn over de multimodale aanpak van slaapklachten en insomnie, wil het FAGG patiënten en gezondheidszorgbeoefenaars herinneren aan het belang van een rationeel gebruik van benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen.
De eerstelijnsrichtlijn ‘Slaapklachten en insomnie’ van 2017 werd recent geactualiseerd onder de titel ‘Multimodale aanpak van slaapklachten en insomnie’. De herziene richtlijn richt zich niet langer alleen op huisartsen. De focus ligt nu op de brede basiszorg, waaronder huisartsen, apothekers, psychologen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten en ergotherapeuten. De richtlijn is van toepassing op volwassenen, met aandacht voor ouderen. De WOREL-richtlijn bevat ook praktische tools, waaronder patiëntenfolders, het slaapdagboek en de slaapcirkel.
Benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen worden vaak voorgeschreven bij slapeloosheid. Hoewel deze geneesmiddelen geen eerstekeuzebehandeling zijn voor slapeloosheid, worden ze wel als doeltreffend beschouwd wanneer ze op een rationele manier, in een zo laag mogelijke dosis en voor een beperkte tijd worden gebruikt. Maar veel patiënten maken er langdurig gebruik van. Benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen hebben talrijke bijwerkingen, bijvoorbeeld: cognitieve stoornissen, risico op vallen, slaperigheid overdag … Bij gebruik gedurende een periode langer dan een à twee weken treden verminderde werkzaamheid (tolerantie), en fysieke en psychische afhankelijkheid op. Het risico op afhankelijkheid neemt toe met de dosis en de duur van de behandeling.
Hoe langdurig gebruik en afhankelijkheid voorkomen?
De beste preventie is vermijden dat patiënten onnodig starten met benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen.
Wanneer het gebruik van benzodiazepines of aanverwante geneesmiddelen wordt overwogen, moedigt het FAGG gezondheidszorgbeoefenaars aan om naast het beoogde effect, de risico’s en beperkte werkingsduur met hun patiënten te bespreken vóór ze dit geneesmiddel voorschrijven. De WOREL-richtlijn adviseert benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen uitsluitend aan de laagst mogelijke dosis en gedurende maximaal één week te gebruiken. De richtlijn adviseert daarnaast om bij de opstart meteen een stopstrategie te bespreken en een opvolgconsult na ongeveer één week (wanneer klinisch geïndiceerd) te voorzien.
Door de kleinst geschikte verpakkingsgrootte voor te schrijven, moedigen artsen patiënten ook aan om opnieuw op raadpleging te komen wanneer hun klachten aanhouden en beperken ze het risico op langdurig gebruik.
Hoe veilig afbouwen?
Voor alle chronische gebruikers zou een afbouw van benzodiazepines en aanverwante geneesmiddelen moeten worden overwogen, in het bijzonder bij ouderen door onder andere een verhoogd valrisico. Stoppen kan leiden tot ontwenningsverschijnselen en een tijdelijke terugkeer en verergering van de oorspronkelijke klachten (rebound-effecten), waardoor een medisch begeleide afbouw sterk wordt aanbevolen.
Praktische informatie over het afbouwen is beschikbaar in een gids voor artsen en apothekers, opgesteld in opdracht van de FOD Volksgezondheid. Daarnaast biedt het BCFI een e-learning aan die verschillende tools en tips aanreikt om het afbouwen tot een succesvol einde te brengen.
Voor bepaalde ambulante patiënten is deelname mogelijk aan het afbouwprogramma voor benzodiazepines dat werd opgezet door het RIZIV. Binnen dit programma worden magistrale bereidingen gebruikt die een geleidelijke dosisvermindering mogelijk maken over een periode van 50 tot 360 dagen, afhankelijk van het gekozen afbouwschema.
Meer informatie rond psychofarmaca
www.gebruikvanpsychofarmaca.be