Flash VIG-news: hydroxychloroquine en chloroquine, pas op voor hun eliminatie-halfwaardetijd en voor het risico op geneesmiddeleninteracties

Zoals vermeld in het nieuwsbericht van het FAGG van 24.03.2020, worden hydroxychloroquine (Plaquenil) en chloroquine gebruikt, onder bepaalde omstandigheden, bij de behandeling van patiënten met COVID-19. Het FAGG herinnert u aan de risico’s van geneesmiddeleninteracties met deze behandelingen.

Volgens de behandelingsrichtlijnen van Sciensano, moet het gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) en chloroquine in het kader van COVID-19 opgestart worden in een ziekenhuis. Het is zeer belangrijk dat gezondheidszorgbeoefenaars alleen gebruik maken van hydroxychloroquine en chloroquine voor toegestane toepassingen of als onderdeel van klinische proeven of noodprogramma's voor de behandeling van COVID-19. Er zijn grote klinische proeven aan de gang om robuuste gegevens te genereren om de werkzaamheid en veiligheid van chloroquine en hydroxychloroquine in de behandeling van COVID-19 vast te stellen.

De stocks van deze beschikbare producten in België zijn bovendien door het FAGG in quarantaine geplaatst om een gecontroleerde verdeling te verzekeren. Het is niet uitgesloten dat de behandeling thuis wordt voortgezet na ziekenhuisopname (het geneesmiddel wordt dan door het ziekenhuis aan de patiënt verstrekt).

Hydroxychloroquine en chloroquine hebben een complexe en variabele farmacokinetiek alsook een relatief lange eliminatiehalfwaardetijd (tot 30 dagen). Hiermee moet rekening worden gehouden, met name voor het risico van geneesmiddeleninteracties.

Farmacokinetische geneesmiddeleninteracties
Hydroxychloroquine is een substraat en remmer van CYP2D6. Het gelijktijdig toedienen van modulatoren (remmers of inductoren) van dit enzym moet worden vermeden tijdens de behandeling van hydroxychloroquine en dient met voorzichtigheid te gebeuren nadat hydroxychloroquine is gestopt (tot meerdere dagen). Sommige bekende CYP2D6-remmers zijn bijvoorbeeld antidepressiva zoals fluoxetine, paroxetine of bupropion, antiaritmica zoals propafenone, antiretrovirale middelen zoals ritonavir, antihistaminica zoals difenhydramine en antimycotica zoals terbinafine. Hun associatie met hydroxychloroquine zal dus leiden tot een toename van het hydroxychloroquine-gehalte in het plasma en het risico op bijwerkingen verbonden aan deze molecule.

Farmacodynamische geneesmiddeleninteracties
Geneesmiddelen met bijwerkingen vergelijkbaar met deze van chloroquine en hydroxychloroquine, bijvoorbeeld geneesmiddelen die QT-verlenging kunnen veroorzaken (inclusief azithromycine), hypoglykemie, verlaging van de convulsiedrempel, retinopathie, moeten voorzichtig worden gebruikt, zelfs na het stopzetten van hydroxychloroquine en chloroquine.

De te verwachte geneesmiddeleninteracties met geneesmiddelen die voor COVID-19 worden gebruikt, kunnen worden teruggevonden op http://www.covid19-druginteractions.org/ .

Bericht voor patiënten
Zelfmedicatie moet worden vermeden. Geneesmiddelen die chloroquine en hydroxychloroquine bevatten, kunnen bijwerkingen veroorzaken onder andere ter hoogte van het hart.

Neem geen geneesmiddelen op eigen initiatief. Praat hierover met uw arts.

Er zijn veel vervalste geneesmiddelen tegen COVID-19 illegaal te koop op het internet. Koop deze niet.

Het melden van alle bijwerkingen aan het FAGG

Patiënten en gezondheidszorgbeoefenaars worden aangemoedigd om vermoedelijke bijwerkingen te melden via www.eenbijwerkingmelden.be.

Meer informatie
Nieuwsbericht van 24.03.2020

Laatste update op
01/04/2020