Codeïne bij de pijnbestrijding bij kinderen: aanbeveling van het PRAC tot een beperkt gebruik

Het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking (PRAC: Pharmacovigilance Risk Assessment Committee) van het Europees geneesmiddelenbureau (EMA: European Medicines Agency) beveelt een aantal maatregelen aan om de risico’s van codeïne-bevattende geneesmiddelen gebruikt bij pijnbestrijding bij kinderen te beperken.

Volgend op de herziening van meldingen van ernstige bijwerkingen bij kinderen of van overlijden na het nemen van codeïne voor pijnverlichting, beveelt het PRAC een aantal maatregelen aan om de veiligheidsproblemen van codeïne-bevattende geneesmiddelen aan te pakken. De meeste van deze gevallen traden op na operatieve verwijdering van amandelen of adenoïden voor de behandeling van obstructieve slaapapnoe (frequente onderbrekingen van de ademhaling tijdens de slaap).

Codeïne is een opioïd dat vergund is als pijnstiller voor gebruik bij volwassenen en kinderen. Codeïne wordt in het lichaam van de patiënt omgezet naar morfine. Het is goed gekend dat kinderen die ernstige bijwerkingen vertoonden ultra-snelle metaboliseerders van codeïne zijn. Bij deze patiënten wordt codeïne sneller dan normaal omgezet naar morfine, wat resulteert in een hoger  gehalte morfine in het bloed dat tot toxische effecten zoals ademhalingsmoeilijkheden kan leiden.

Het PRAC beveelt een aantal risicobeperkende maatregelen aan om te verzekeren dat alleen die kinderen voor wie de voordelen groter zijn dan de risico’s,kunnen worden behandeld met een codeïne-bevattend geneesmiddel ter verlichting van de pijn.

• Codeïne-bevattende geneesmiddelen mogen alleen gebruikt worden om acute (kortstondige) en matige pijn bij kinderen ouder dan twaalf jaar te behandelen, en alleen als de pijn niet door andere pijnstillers zoals paracetamol of ibuprofen verlicht kan worden. Dit vanwege het risico op ademhalingsdrepressie geassocieerd met codeïnegebruik.

• Codeïne mag niet gebruikt worden bij kinderen (jonger dan 18 jaar) die een operatieve verwijdering van amandelen of adenoïden moeten ondergaan voor de behandeling van obstructieve slaapapnoe, omdat deze patiënten gevoeliger zijn voor ademhalingsproblemen.

• De Samenvatting van het product (SKP) en bijsluiter moeten een waarschuwing bevatten dat aan kinderen met ademhalingsproblemen geen codeïne mag toegediend worden.

Het risico op bijwerkingen door codeïne geldt ook voor volwassenen. Het PRAC beveelt aan dat codeïne niet mag worden gebruikt bij mensen waarvan geweten is dat ze ultra-snelle metaboliseerders zijn, ongeacht hun leeftijd, en bij moeders die borstvoeding geven omdat codeïne kan doorgegeven worden via de moedermelk aan de baby. De SKP en bijsluiter van codeïne-bevattende geneesmiddelen moeten ook algemene informatie bevatten voor gezondheidszorgbeoefenaars, patiënten en mantelzorgers over het risico van morfinetoxiciteit met codeïne en hoe de symptomen te herkennen.

Na de evaluatie van alle beschikbare gegevens , benadrukte het PRAC  dat het farmacokinetisch profiel van codeïne (hoe het lichaam omgaat met het geneesmiddel) werd onderzocht bij volwassenen maar er zeer beperkte informatie beschikbaar is over het gebruik bij kinderen. De meldingen van ademhalingsdepressie met codeïne geven aan dat kinderen onder de twaalf jaar een verhoogd risico op morfinetoxiciteit hebben. Bovendien zijn er beperkte gegevens betreffende de effectiviteit van codeïne als pijnbestrijding bij kinderen. De beperkte gegevens suggereren dat het effect van codeïne op pijn niet significant beter is dan andere niet-opioïde pijnstillers, zoals paracetamol of ibuprofen.

Deze PRAC aanbeveling zal worden overwogen door de Coördinatiegroep voor wederzijdse erkenning en gedecentraliseerde procedures – humaan ( CMDh = Co-ordination group for Mutual Recognition and Decentralised Procedures – Human ), tijdens de vergadering van 24-26 juni 2013. Patiënten die vragen hebben, dienen contact op te nemen met hun arts of apotheker.

 

Meer informatie over het geneesmiddel

Codeïne is een veel gebruikt opioïd geneesmiddel voor pijnverlichting. Het wordt ook gebruikt in de behandeling van hoest, dit gebruik werd echter niet herzien in het kader van deze procedure.

Ter herinnering:i n België, heeft de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een herevaluatie uitgevoerd in 2012 van de baten-risicoverhouding van geneesmiddelen die gebruikt worden bij kinderen tegen hoest en verkoudheid, waaronder codeïne, en heeft een aantal maatregelen genomen waaronder de contra-indicatie van codeïne en zijn derivaten bij kinderen onder de 6 jaar. Hierover zijn er 2 berichten gepubliceerd op de website van het fagg  op datum van 19 maart 2012 en op datum van 25 april 2013.

In de Europese Unie (EU) zijn codeïne-bevattende geneesmiddelen vergund via nationale procedures en zijn ofwel beschikbaar op medisch voorschrift ofwel vrij verkrijgbaar in de verschillende lidstaten. Codeïne wordt op de markt gebracht als geneesmiddel met codeïne als enig actief bestanddeel alsook in combinatie met andere actieve stoffen zoals aspirine en paracetamol.

Het effect van codeïne op pijn is te wijten aan zijn omzetting in morfine. Codeïne wordt in het lichaam gemetaboliseerd in morfine door het enzyme CYP2D6. Het is goed gekend dat sommige patiënten, die ultra-snelle CYP2D6-metaboliseerders zijn, codeïne sneller dan normaal omzetten naar morfine. Dit resulteert in een hoger dan normaal gehalte morfine in het bloed wat kan leiden tot toxische effecten zoals ademhalingsmoeilijkheden.

 

Meer over de procedure

De herziening werd gestart op 3 oktober 2012 op verzoek van het Geneesmiddelenagentschap van het Verenigd Koninkrijk, volgens artikel 31 van de richtlijnen 2001/83/EC. Na overleg, op 31 oktober 2012 is de herziening, die oorspronkelijk was gericht op post-operatieve pijnbestrijding bij kinderen,uitgebreid tot pijnbestrijding bij kinderen.

Tijdens de herziening evalueerde het PRAC alle beschikbare gegevens over de voordelen en risico’s van codeïne, gebruikt bij pijnbestrijding,  waaronder farmacokinetische gegevens, klinische proeven, post-marketing gegevens in Europa en andere gepubliceerde literatuur. Het EMA nodigt ook stakeholders, waaronder gezondheidszorgbeoefenaars, patiëntenorganisaties alsook het grote publiek uit om gegevens die van belang zijn voor de procedure, in te dienen.

Gezien de herziening alleen betrekking heeft op nationaal vergunde geneesmiddelen, zal de aanbeveling van het PRAC nu worden overgemaakt aan de CMDh dat een finaal standpunt zal innemen. De CMDh is een regulerende instantie die de nationale geneesmiddelenregulerende autoriteiten van de EU-lidstaten vertegenwoordigt.

Als het standpunt van de CMDh wordt goedgekeurd bij consensus, zal dit rechtstreeks toegepast worden door de lidstaten waar de geneesmiddelen zijn vergund. Echter als het standpunt van de CMDh wordt aangenomen door een meerderheid van stemmen, dan zal dit standpunt worden toegestuurd naar de Europese Commissie die een Europees wettelijk bindende beslissing zal nemen.

 

Situatie in België tot op heden

Als pijnstiller is codeïne , in combinatie met paracetamol, op de Belgische markt onder de volgende benamingen:
• Algocod;
• Dafalgan Codeïne;
• Panadol Codeïne;
het is eveneens beschikbaar in combinatie met coffeïne en paracetamol onder de volgende benaming: Nevrine Codeïne.

Contact
vig@afmps-fagg.be

 

Laatste update op
21/06/2013