Gebruik van geneesmiddelen bij paardachtigen

Het FAGG, het FAVV en de FODhebben een samenvattend document in verband met het gebruik van geneesmiddelen bij paardachtigen opgesteld.

In dit document, geplaats op de fagg website, worden de regels vermeld die van toepassing zijn volgens de categorie waartoe het dier behoort (voedselproducerend of niet voedselproducerend) en ook enige toelichting betreffende het cascadesysteem.

Deze regels houden geen rekening met de bepalingen inzake dopingpraktijken voor wedstrijden.

Enkele belangrijke punten in verband met de behandelingen bij paardachtigen

1/ Verbod op voorschrijven en verschaffen 

Het is verboden om  vaccins, serums, psychotrope stoffen, verdovende middelen, anesthetica, tranquillizers, centraal werkende analgetica, neuroleptica, geneesmiddelen geregistreerd voor uitsluitend intraveneuze toediening,  hormonen en anti-hormonen te verschaffen of voor te schrijven aan houders van paardachtigen. Twee uitzonderingen : geneesmiddelen voor oraal gebruik die alfa-2-adrenoreceptoren bevatten en wat er in punt 5 wordt vermeld betreffende geneesmiddelen die hormonale en anti-hormonale stoffen bevatten ;

2/  Controleren van het statuut van de paardachtige

Voor elke behandeling van een paardachtige moet , na controle van de identificatiechip, ofwel  het corresponderend  paspoort worden geraadpleegd om het statuut van het dier als al dan niet uitgesloten uit te voedselketen te controleren ofwel dient het statuut nagegaan te worden in de databank van de Belgische Confederatie van het Paard (BCP). Indien het paspoort niet beschikbaar is, zijn de regels vastgelegd in een instructie die te vinden is op de website van de FOD : http://www.health.belgium.be/eportal/AnimalsandPlants/keepingandbreedinganimals/identificationregistration/horses/index.htm .

Elk paard wordt bij zijn geboorte beschouwd als een voedselproducerend dier. Een veulen dat nog niet beschikt over een identificatiedocument dienen dus beschouwd te worden als voedselproducerend dier.

3/  Aanwezigheid van geneesmiddelen op een plaats waar paardachtigen die uitgesloten zijn uit de voedselketen en voedselproducerende dieren gehouden worden

Momenteel is er geen enkele wettelijke tegenaanwijzing voor de aanwezigheid van geneesmiddelen bestemd voor niet voedselproducerende paardachtigen in een stal, terwijl daar zowel voedselproducerende dieren als paardachtigen die uitgesloten zijn uit de voedselketen in zijn ondergebracht.

Het FAVV voert controles uit in verband met de toediening en de aflevering van geneesmiddelen in bedrijven waar paardachtigen worden gehouden en gefokt. In geval van controle  in bedrijven waar zowel paardachtigen die uitgesloten zijn uit de voedselketen als voedselproducerende  dieren verblijven, dient de houder de bestemming van de geneesmiddelen te kunnen bewijzen. Daarom kan en TVD ook afgeleverd worden voor paarden die uitgesloten zijn uit de voedselketen.

Anderzijds bestaan er strikte regels in verband met de etikettering van alle geneesmiddelen om de traceerbaarheid ervan te verzekeren. Voor de geneesmiddelen voorgeschreven door de dierenarts, is het de officina-apotheker die verantwoordelijk is voor de etikettering van het geneesmiddel dat hij aflevert. Voor de geneesmiddelen verschaft door de dierenarts is hij het die verantwoordelijk is. Hij moet een etiket aanbrengen op de primaire verpakking van het geneesmiddel of op de buitenverpakking van het geneesmiddel indien het onmogelijk is om dit op de primaire verpakking aan te brengen. Er kunnen zich twee gevallen voordoen :

- Ofwel werd voor het verschafte geneesmiddel een TVD opgesteld : het etiket moet dan de volgende vermeldingen bevatten : Identiteit van de dierenarts (naam + voornaam) en het nummer van het TVD
- Ofwel werd voor het verschafte geneesmiddel geen TVD opgesteld : het etiket moet dan de volgende vermeldingen bevatten : identiteit van de dierenarts (naam + voornaam), het  identificatienummer van het geneesmiddelendepot van waar het geneesmiddel afkomstig is (= depotnummer bezorgd door het FAGG) en de afleveringsdatum.

4/  Verduidelijking in verband met de geneesmiddelen uit tabel 2  van de verordening  (EU) nr. 37/2010 (voorheen bijlage IV bij de verordening (EEG) nr.2377/90) :

Bij niet voedselproducerende paardachtigen kunnen via het cascadesysteem geneesmiddelen uit tabel 2 van de bijlage bij de verordening 37/2010 worden toegediend. De uitleg is de volgende :

- Op grond van artikel 145, § 2, van het KB van 14/12/2006 betreffende geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik mogen geneesmiddelen die werkzame stoffen vermeld in tabel 2 van de bijlage bij de Verordening 37/2010 bevatten geen vergunning krijgen voor het in de handel brengen (VHB) in de EU voor paardachtigen.
- Krachtens artikel 230, § 2, van hetzelfde KB is echter de toepassing van de cascade « niet voedselproducerende dieren » op paardachtigen die uitgesloten zijn uit de voedselketen toegestaan. Bijgevolg zijn de geneesmiddelen die stoffen uit tabel 2 bevatten enkel via het cascadesysteem toegankelijk voor niet voedselproducerende paardachtigen.

In de praktijk zullen de stoffen uit tabel 2 die zullen worden gebruikt afkomstig zijn van een geneesmiddel dat werd geregistreerd voor een andere niet voedselproducerende diersoort, van een Belgisch geneesmiddel voor menselijk gebruik of van een geneesmiddel dat door een  Belgische officina-apotheker overeenkomstig een voorschrift van een dierenarts ex tempore wordt bereid en rechtstreeks aan de houder wordt afgeleverd.

5/  Verduidelijking in verband met het verschaffen of voorschrijven van geneesmiddelen die hormonale of anti-hormonale stoffen bevatten aan een houder van paardachtigen :

Over het algemeen is de toediening van deze geneesmiddelen, wanneer die is toegelaten, voorbehouden aan de dierenartsen. De reglementering voorziet echter in een uitzondering.

5.1/ Verbod voor paardachtigen die niet uit de voedselketen zijn uitgesloten. Dus geen uitzondering voor deze categorie.

5.2/ Voor paardachtigen die uitgesloten zijn uit de voedselketen, mag de houder deze geneesmiddelen enkel onder de volgende voorwaarden bezitten :

- de geneesmiddelen worden verschaft of voorgeschreven om een behandeling van een chronische aandoening voort te zetten ;

- de behandelende dierenarts moet met de houder een schriftelijke overeenkomst opstellen met daarin de identiteit van beide partijen, de identificatie van de betrokken paardachtige, de behandelde chronische aandoening, het betrokken geneesmiddel en de aanwijzingen voor het gebruik van het geneesmiddel (dosering, posologie, duur van de behandeling). Deze overeenkomst is beperkt tot een periode van 6 maand en is verlengbaar ;

- in geen geval mogen deze geneesmiddelen worden toegediend aan een ander dier dan datgene dat geïdentificeerd is in de overeenkomst. 
 

 

 

Laatste update op 18/05/2016