Klinische proeven

Een applicatie indienen

Elk protocol van een klinische proef is op het Europese niveau door een uniek nummer geïdentificeerd. Voor de indiening van elk dossier moet dit nummer door de aanvrager bij de EudraCT databank gevraagd worden. In deze databank dient ook het Europese "application form" als deel van het indienings-dossier aangevuld te worden.

Een klinische proef kan pas starten na een positief advies van een Ethisch Comité (lijst EC's) en als de bevoegde overheid (FAGG: O&O) geen grote tekortkomingen gemeld heeft binnen de vooropgestelde wettelijke termijnen voorzien in de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon.

Een applicatie voor het  FAGG houdt een volledig elektronisch dossier in vergezeld van een begeleidende brief (zie omzenbrief 575 en Detailed guidance CT1)

De applicatie wordt verzonden tav:

Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Divisie  Onderzoek en Ontwikkeling
Eurostation II
8e verdieping
Victor Horta plein 40, bus 40
1060 BRUSSEL

Elk dossier moet worden ingediend samen met de betaling van een bijdrage. Voor elk volledig dossier moet € 5507,23 (aanvragen voor fase I proef) of € 3672,23 (aanvragen voor proeven in andere fases) betaald worden en voor elk amendement € 611,03 op volgend rekeningnummer van het FAGG: 679-0001514-59.

Elke jaar is een omzendbrief gepubliceerd met de exact bedragen en specificeren.

De gegevens van de bank:

Financiële Post
Antwerpse steenweg 59   
B-1100, Brussel (België) 

SWIFT-code: PCHQBEBB
IBAN code: BE84 6790 0015 1459

Voor betalingen vanuit het buitenland moeten de transferkosten door de aanvrager betaald worden. De indiener moet geen bewijs van betaling bijvoegen, aangezien het nazicht van de betaling gebeurt via de uittreksels. Gelieve als mededeling op de overschrijving 'EudraCT' te vermelden gevolgd door het EudraCT-nummer. Dit geldt eveneens voor een amendement met de extra vermelding 'amendement'.

Voor elk dossier en/of amendement moet een aparte betaling gebeuren.

Pas als de divisie O&O het dossier heeft ontvangen en over het betalingsbewijs van de Financiële Post beschikt, kan de validatiefase van start gaan.

De maximumtermijn waarbinnen het FAGG een advies moet uitbrengen is 15 dagen voor de monocentrische fase I proeven en 28 dagen voor alle andere klinische proeven, met een mogelijke clock-stop van maximaal een maand.

Voor de samenstelling van een CTA verwijzen we u naar het document "Gedetailleerde richtsnoeren voor verzoeken om toelating van een klinische proef met een geneesmiddel voor menselijk gebruik : "CT Application ". Voor België moet van elk document maar 1 exemplaar worden ingediend.

Indien er voor het Investigational Medicinal Product (IMP) een stap van de fabricage, stockage of distributie plaatsvindt in België, dan moeten deze IMP's gedeclareerd worden aan de DG Inspectie van het FAGG (zie omzendbrief 581).

Voor de indiening van aanvragen voorklinische proeven met GMO geneesmiddelen, gelieve het volgende guidance document te volgen :  Overview of procedures for submitting an application for clinical trials with GMO-medicinal products for human and veterinary use in Belgium

Specifieke vereisten:

Voor de jaarlijkse update van reeds vergunde griepvaccins is er, gezien de specifieke aard van het fabricageproces, een 'conditional approval' mogelijk.  Dit houdt in dat een dergelijke proef kan goedgekeurd worden ondanks het ontbreken van sommige gegevens inzake de kwaliteit (in het bijzonder de analysecertificaten). Maar dit is slechts aanvaardbaar op voorwaarde dat deze info, ten laatste een week vóór de start van het klinisch onderzoek, wordt bezorgd aan het FAGG en dat deze positief wordt geëvalueerd.

Development Safety Update Reports- DSUR

In overeenstemming met artikel 28, §2 van de wet van 7 mei 2004 verstrekt de opdrachtgever eenmaal per jaar, tijdens de volledige duur van het experiment, aan de minister en aan het ethisch comité in België alsmede aan die van de lid-Staten op het grondgebied waarvan de proef wordt uitgevoerd in geval van multicentrische proef een lijst van alle vermoedens van ernstige bijwerkingen die zich in die periode hebben voorgedaan evenals een rapport betreffende de veiligheid van de deelnemers.

Omzendbrief 593 geeft hieromtrent meer informatie.

Wetteksten

De Europese richtlijn 2001/20 werd omgezet in de nationale wetgeving door de wet van 7 mei 2004, op 18 mei 2004 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit nieuwe reglementaire kader is van kracht sinds 1 mei 2004.

De wet van 7 mei 2004 heeft verschillende keer gewijzigd worden (zie beneden)

Wetten

Wet van 7/5/04 (geconsolideerde versie) inzake experimenten op de menselijke persoon;

Gewijzigd door volgende wetten :

Programmawet van 27/12/04 inzake wijzigingen van de wet van 7/05/04.

Programmawet van  27/12/05

“Gezondheidswet” van 13 december 2006

Programmawet van 13 december 2006

Programmawet van 27 april 2007

Wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen

Wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg

Koninklijke Besluiten

Koninklijk Besluit van 22 april 2007 tot bepaling van de bijdragen te betalen in het kader van  artikel 30, § 6 van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon;

Koninklijk Besluit van 30 juni 2004 tot bepaling van uitvoeringsmaatregelen van de wet van 7 mei 2004 inzake de experimenten op de menselijke persoon wat klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik betreft, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 18 mei 2006

Koninklijk Besluit van 15 juli 2004 tot bepaling van de bijdragen te betalen in het kader van een verzoek om advies of toelating voor het uitvoeren van een klinische proef of een experiment.

Omzendbrieven

Omzendbrief 623 bis: Betaling voor de aanvragen van klinische proeven geldig vanaf 9 januari 2016

Omzendbrief 613: Wijzigingen met betrekking tot de wet inzake experimenten op de menselijke persoon van 7 mei 2004

Omzendbrief 596: Productie- en distributieactiviteiten met geneesmiddelen voor onderzoek + Aanvulling op de bijlage - punt 9 ("extempore bereidingen")

Omzendbrief 593: Development Safety Update Reports (DSURs)

Omzendbrief 586: Nationale toepassing van de nieuwe versie van de "Detailed guidance on the collection, verification and presentation of adverse event/ reaction reports arising from clinical trials on medicinal products for human use ('CT-3')".

Omzendbrief 581 + declaratie: vereenvoudigd declatariesysteem voor geneesmiddelen voor onderzoek, toepasbaar vanaf 1 januari 2012.

Omzendbrief 575 + bijlagen: Aanvragen van klinische proeven en indiening van substantiële amendementen.

 

Europese richtlijnen

Directive 2001/20/EC  of the European Parliament and of the Council

Directive 2005/28/EC  of the Commission laying down principles and detailed guidelines for good clinical practice.

Directive 2003/94/EC  of the Commission laying down principles and detailed guidelines for good manufacturing practice.

Guidance documents

Exploratory clinical trial guidance  (version 2 - januari 2012)

Eudralex Volume 10 

Vragen en antwoorden

Als u een vraag heeft over klinische proeven met geneesmiddelen voor humaan gebruik dan kunt u deze sturen naar volgend adres: CT.RD@fagg.be

 

Europese harmonisering van specifieke onderwerpen met betrekking tot klinische proeven 

Momenteel staan klinische proeven onder nationaal toezicht. Een groot deel van de wetenschappelijke aspecten wordt echter door Europese en/of internationale richtsnoeren geregeld.  Het succes van de Vrijwillige Harmonisatie Procedure (VHP) heeft duidelijk gemaakt dat er verschillen zijn in de interpretatie van deze richtsnoeren.  

De Clinical Trials Facilitation Group (CTFG), waarin het FAGG een actieve rol speelt, heeft twee aspecten uitvoerig besproken en compromissen voorgesteld.

1)    Goede laboratoriumpraktijken (Good Laboratory Practice- GLP)

Richtlijn 2001/83/EG bepaalt dat niet-klinische (farmacologisch-toxicologische) onderzoeken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen ten aanzien van goede laboratoriumpraktijken. Deze richtlijn heeft geen betrekking op de klinische proeven. Maar, aangezien Richtlijn 2010/63/EU bepaalt dat op de behandeling en het gebruik van levende dieren voor wetenschappelijke doeleinden de internationaal vastgelegde beginselen van vervanging, vermindering en verfijning van toepassing zijn, zou men verwachten dat proeven vanaf de eerste keer volgens de goede laboratoriumpraktijken zouden worden uitgevoerd. Verordening 536/2014 (inwerkingtreding voorzien medio 2016) betreffende klinische proeven bepaalt dat niet-klinische informatie die in een aanvraagdossier wordt ingediend, moet gebaseerd zijn op gegevens die zijn afgeleid van studies die aan het recht van de Unie inzake de beginselen van goede laboratoriumpraktijken, zoals van toepassing ten tijde van de uitvoering van die studies, voldoen. Er wordt dus duidelijk gemaakt dat er in de toekomst proeven die aan de GLP voldoen, zullen worden opgevraagd ter ondersteuning van aanvragen voor klinische proeven. Volgens de internationale richtsnoeren wordt er van cruciale farmacologische veiligheidsstudies en toxicologische studies verwacht dat deze GLP-conform zijn. Deze kwestie werd besproken op de Clinical Trial Facilitation Group en er werd op CTFG-website een document gepubliceerd met het oog op een Europese harmonisering (http://www.hma.eu/fileadmin/dateien/Human_Medicines/01-About_HMA/Working_Groups/CTFG/2014_06_HMA_CTFG_GLP_in_clinical_trials.pdf).

Op Belgisch niveau bleek uit een kort onderzoek bij opdrachtgevers van fase I klinische proeven met geneesmiddelen van chemische oorsprong die onlangs in België werden ingediend, dat alle cruciale farmacologische veiligheidsstudies (hERG, CNS, cardiovasculair en respiratoir) inderdaad beschikbaar zijn overeenkomstig de GLP vóór de first-in-human proef.

Het belangrijkste probleem in het CTFG-document is dat, aangezien CTA-aanvragen geen individuele onderzoeksrapporten bevatten, opdrachtgevers een verklaring moeten toevoegen ter bevestiging van de OESO-GLP-status, hetzij in de Investigator's Brochure (IB), hetzij in de begeleidende brief.

2)    Contraceptie

De ICH M3 en ICH 5A richtsnoeren bepalen de eisen voor niet-klinische gegevens met betrekking tot potentiële reproductieve toxiciteit. Wanneer aanvragen voor klinische proeven worden ingediend, zijn er weinig of geen gegevens beschikbaar over de reproductieve toxiciteit. Dit geldt vooral voor vroege fase klinische proeven. Op een moment dat een voordeel voor de moeder nog niet vaststaat, moet schade aan het ongeboren kind absoluut worden vermeden.

De Clinical Trials Facilitation Group publiceerde op zijn website een document dat de harmonisatie van de eisen voor aanvragen voor klinische proeven in heel Europa beschouwt (http://www.hma.eu/fileadmin/dateien/Human_Medicines/01-About_HMA/Working_Groups/CTFG/2014_09_HMA_CTFG_Contraception.pdf). Dit document is bedoeld voor ALLE klinische proeven die worden ingediend. Opdrachtgevers worden verzocht aandacht te besteden aan dit document en hun strategie op het gebied van contraceptieve maatregelen tijdens klinische proeven duidelijk te rechtvaardigen.

Symposia

  • Belgian pharmaceutical conference - 17/04/2012

One of the main sessions during the Belgian Pharmaceutical Conference (Terhulpen, 17th of April 2012) covered clinical research in Belgium.  An important topic, because clinical research is more then just a way to gather evidence for future medicinal products : it is also an important job creator (almost 30.000 jobs in Belgium).  For patients, the participation to clinical trials can mean an early access to innovative medicines. Belgium is one of the bigger research countries in Europe : 9% of the clinical trials in Europe are performed in Belgium.

The current situation on clinical trials has been investigated by Ingrid Maes, Director Strategy & Operations Pharma & Healthcare of PwC. The FAMHP’s database on clinical trials was investigated, and a survey was held with representatives of various stakeholders.

The results of this investigation were presented – the presentation can be downloaded HERE .

Contact

Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Divisie Onderzoek en Ontwikkeling
Eurostation II
8e verdieping
Victor Horta plein 40, bus 40
1060 BRUSSEL

CT.RD@fagg.be

 

Laatste update op 10/07/2017