Invirase (saquinavir) : dosisverlaging bij het begin van de behandeling

Als gevolg van de evaluatie van het risico van arrythmie bij patiënten behandeld met Invirase (saquinavir), meent het Europees geneesmiddelenbureau (EMA) dat de risico-batenbalans positief blijft. Ze adviseert echter om de dosis Invirase te verlagen gedurende de eerste week van de behandeling bij patiënten die voor de eerste keer behandeld worden met dit geneesmiddel.

Het Comité voor Geneesmiddelen voor Menselijk Gebruik (CHMP) van het EMA heeft alle beschikbare data over Invirase (saquinavir) en het mogelijk oorzakelijk verband met hartritmestoornissen onderzocht en heeft besloten dat de voordelen van het geneesmiddel blijven opwegen tegen de risico’s. Het CHMP adviseert evenwel, als voorzorgsmaatregel, dat patiënten die nog niet behandeld werden met Invirase, tijdens de eerste week van hun behandeling een lagere startdosering zouden innemen.

Ritonavir-gebooste Invirase in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen is geïndiceerd voor de behandeling van volwassenen met HIV.

Het CHMP is dit onderzoek gestart naar aanleiding van de resultaten van een studie uitgevoerd door de vergunninghouder van Invirase, Roche Registration Ltd., waaruit bleek dat Invirase de QT- en PR-intervallen verlengde bij gezonde vrijwilligers. In juni 2010 adviseerde het CHMP reeds een aantal beperkingen i.v.m. het gebruik van Invirase, waaronder een contra-indicatie voor patiënten met een verhoogd risico van hartritmestoornissen en voor patiënten die andere geneesmiddelen nemen die een verlenging van de QT- of PR-intervallen kunnen veroorzaken. Er werden ook waarschuwingen afgesproken voor patiënten met een matig risico van hartritmestoornissen en er werden aanbevelingen geformuleerd om controleonderzoeken te laten uitvoeren via elektrocardiogram (ECG). Echter, omdat het CHMP nog steeds bezorgd was over de omvang van de waargenomen veranderingen in de QT- en PR-intervallen en de mogelijke klinische gevolgen voor het veilig en effectief gebruik van het geneesmiddel werd beslist om een volledige herevaluatie van de voordelen en risico's van Invirase uit te voeren.

Het Comité onderzocht alle beschikbare klinische en preklinische gegevens over de cardiovasculaire veiligheid van Invirase en besprak welke verdere maatregelen eventueel noodzakelijk waren om een veilig en effectief gebruik te waarborgen. Het CHMP noteerde dat de effectiviteit van Invirase in verschillende klinische studies werd aangetoond. Hoewel de specifieke studie met gezonde vrijwilligers liet zien dat er sprake was van een verlenging van de QT- en PR-intervallen, werd dit signaal niet bevestigd in postmarketing rapporten over de veiligheid van Invirase. Invirase werd voor het eerst vergund in 1996 en is goed voor een blootstelling van ongeveer 1 miljoen patiëntjaren wereldwijd.

De kans op verlenging van de QT- of PR-intervallen is afhankelijk van de dosering en wordt het grootste geacht bij patiënten die nog nooit werden behandeld met Invirase en nu een behandeling starten. Om het risico van hartritmestoornissen te minimaliseren adviseert het CHMP een lagere dosering bij deze patiënten tijdens de eerste week van hun behandeling. Het CHMP heeft Roche bovendien opgedragen een nieuw onderzoek uit te voeren naar de mogelijke kans op hartritmestoornissen bij patiënten die nog nooit behandeld werden met Invirase en die deze lagere dosis Invirase toegediend krijgen in combinatie met andere antiretrovirale geneesmiddelen.

Aantekeningen
1. Dit persbericht en alle relevante documenten zijn beschikbaar op de website van het EMA
2. De herziening van Invirase werd op 24 juni 2010 opgestart op verzoek van de Europese Commissie krachtens artikel 20 van Richtlijn (EG) Nr. 726/2004.
3. Meer informatie over deze herziening is beschikbaar in een vraag- en antwoorddocument.
4. Meer informatie over Invirase is beschikbaar in het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR).
5. Dit persbericht kan samen met andere informatie over de werkzaamheden van het Europees Geneesmiddelenbureau worden geraadpleegd op de website: www.ema.europa.eu.

Contact: vig@fagg.be

 

Laatste update op
23/01/2013