Flash VIG-news: misbruik van opioïde pijnstillers - voor een rationeel gebruik van opioïden

Noord-Amerika kent sinds enkele jaren een "epidemie" van misbruik, overdosissen en overlijdens door opioïden. Het gebruik van opioïden is de laatste jaren ook in Europa aanzienlijk toegenomen, zij het in mindere mate, onder meer voor de behandeling van het chronisch pijnsyndroom. Hoewel het gebruik van opioïden kadert in een betere pijnbestrijding, wordt het toenemende gebruik ervan in vraag gesteld gezien de risico's die zijn verbonden aan het misbruik van deze producten. Daarom wordt de nadruk gelegd op de preventie van verslaving en misbruik en op het belang van een rationeel gebruik van opioïden.

De laatste jaren wordt in Europa een toenemend gebruik van opioïden vastgesteld. Dit stijgend gebruik heeft nog niet de proporties aangenomen die in de Verenigde Staten en Canada zijn waargenomen maar, uit cijfers die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in mei 2019 publiceerde, blijkt dat België, na Duitsland en Oostenrijk, het derde Europese land is met het hoogste dagelijkse verbruik van opioïden per miljoen inwoners.

In Nederland werd tussen 2005 en 2015 een sterke toename vastgesteld van het aantal voorschriften voor opioïden. Daar is het aantal medische voorschriften voor sterke opioïden verzesvoudigd. De grootste stijging in de consumptie van (matige of sterke) opioïden is opgetekend voor oxycodone en tramadol.

Het Franse geneesmiddelenagentschap, ANSM (Agence nationale de sécurité du médicament et des produits de santé), noteerde tussen 2006 en 2017 een stijging met ongeveer 150% van het aantal voorschriften voor sterke opioïden. In 2017 waren de meest gebruikte opioïde pijnstillers in Frankrijk, in afnemende volgorde: tramadol, codeïne (in combinatie), morfine, oxycodon en fentanyl.

In België analyseerde het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) het gebruik van vijf opioïden (tramadol, tilidine, oxycodon, fentanyl, piritramide) die zo'n 80 % uitmaken van het totale gebruik van alle vergoedbare opioïden. Tussen 2006 en 2017 is het aantal patiënten dat minstens één van deze vijf opioïden heeft gebruikt, met 88 % gestegen. Dit komt overeen met 1.104.485 verzekerden, of ongeveer 10 % van alle Belgen.

In december 2018 organiseerde het RIZIV een consensusvergadering om de medische praktijk rond opioïdegebruik voor de behandeling van chronische pijn te evalueren en aanbevelingen te doen voor een rationeel gebruik van opioïden. De experten bespraken onder andere de bijwerkingen van hun chronische gebruik, zoals hyperalgesie, afhankelijkheid en verslavingssyndromen. Er werd opgemerkt dat, hoe krachtiger, sneller en korter werkend een product is, hoe verslavender het is. Het risico van oneigenlijk gebruik van opioïden ligt dan ook 5 tot 6 keer hoger bij snelwerkende opioïden. Daarom moet het gebruik van snelwerkende, en vooral ultrasnelle opioïden, nauwlettend worden opgevolgd. De keuze voor een bepaalde opioïde pijnstiller vormt een essentieel element in de preventie van verslaving en misbruik: wanneer mogelijk moet de voorschrijver kiezen voor een traag- en langwerkend opioïde, bij de laagste effectieve dosis en voor een zo kort mogelijke periode.

Het expertencomité bijeengeroepen door het RIZIV merkte ook op dat er screening- en risicobeoordelingsinstrumenten bestaan om patiënten op te sporen met een hoger risico op misbruik of verkeerd gebruik van opioïden (NPC_Canada, CDC 2016, ASCO 2016)*. Bovendien benadrukten de experten dat een goede communicatie tussen gezondheidszorgbeoefenaars, maar ook met de patiënt en zijn/haar familie, essentieel is om het juiste gebruik van pijnstillers te bevorderen, misbruik te kunnen controleren en “medical shopping” te voorkomen.

Het comité concludeerde dat, net als voor alle geneesmiddelen, therapeutische zorgvuldigheid geboden is bij opioïden in de indicatiestelling, de selectie en de opvolging van patiënten. Opioïden hebben maar een beperkte plaats in de multimodale behandeling van sommige chronische pijnsyndromen. Zelfs dan zijn ze zelden de eerste keuze. De wetenschappelijke evidentie over de meerwaarde bij langdurige behandelingen (langer dan drie maanden) is op dit ogenblik gering. Het volledige juryrapport is beschikbaar op de website van het RIZIV (Consensusvergaderingen - Juryrapporten).

Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) herinnerde aan de plaats van opioïden bij de behandeling van chronische niet-kankerpijn en de zeer beperkte rol van opioïden bij chronische artrosepijn en rugpijn (met verwijzing naar de conclusies van het KCE hieromtrent). Het BCFI wees gezondheidszorgbeoefenaars ook op de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van combinatiepreparaten die opioïden (zoals codeïne) combineren met paracetamol of een niet-steroïde ontstekingsremmer (NSAID). Dergelijke vaste combinaties kunnen leiden tot een bagatellisering van het gebruik van opioïden.

Het FAGG publiceerde in 2018 berichten over opioïden. In de eerste plaats over het correcte gebruik van fentanyl, om het risico van misbruik, afhankelijkheid of accidentele intoxicatie tot een minimum te beperken. Vervolgens over de ernstige risico's die zijn verbonden aan het gelijktijdige gebruik van opioïden en benzodiazepines. Door het risico van sedatie, ademhalingsdepressie en mogelijk fatale coma, moet het gelijktijdig voorschrijven van opioïden en benzodiazepines worden voorbehouden aan patiënten voor wie de therapeutische alternatieven niet geschikt zijn.

Gezien de verontrustende gegevens over het toenemende gebruik van opioïden (geassocieerd met een vaak onderschat risico op psychologische afhankelijkheid) en de problemen van misbruik en verkeerd gebruik die daaruit kunnen voortvloeien, herhaalt het FAGG het belang van een rationeel gebruik van deze stoffen.

Ter attentie van patiënten
Het FAGG herinnert eraan dat het belangrijk is om opioïde geneesmiddelen enkel te gebruiken volgens de voorgeschreven dosis en enkel gedurende de maximale voorgeschreven periode. Gebruik geen restjes opioïde pijnstillers uit een verpakking of doosje dat niet persoonlijk voor u is voorgeschreven, zonder medisch advies.

Als u zich zorgen maakt over het risico op afhankelijkheid of verslaving, of als u denkt dat u hieraan lijdt, aarzel dan niet om dit met uw arts of apotheker te bespreken.

Gezondheidszorgbeoefenaars en patiënten worden uitgenodigd om bijwerkingen te melden via www.eenbijwerkingmelden.be.

* NPC Canada = Canada's National Contact Point for the Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD)
CDC = Centers for Disease Control and Prevention (VS)
ASCO = American Society of Clinical Oncology

Laatste update op
06/01/2020